Nieuwe Nederlandstalige taaltest helpt jongdementie sneller op te sporen
Een Belgisch-Nederlands onderzoeksteam heeft een taaltest ontwikkeld waarmee primaire progressieve afasie (PPA) al in een vroeg stadium kan worden opgespoord. De test duurt zo'n 15 tot 20 minuten en kan patiënten bijna feilloos onderscheiden van gezonde personen. Bovendien wordt in ongeveer 80% van de gevallen de juiste vorm van PPA vastgesteld.
Bij primaire progressieve afasie (PPA) zijn het niet de geheugenproblemen die eerst opvallen, maar moeilijkheden met taal en spreken. Mensen zoeken naar woorden, begrijpen de betekenis van woorden niet meer, maken fouten in zinsbouw of krijgen moeite met het uitspreken van klanken. Omdat de symptomen zo verschillend kunnen zijn, is de diagnose vaak moeilijk en vraagt die veel gespecialiseerde kennis.
Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen en het Erasmus MC in Rotterdam ontwikkelden daarom een Nederlandstalige versie van de Mini Linguistic State Examination (MLSE), een bestaande Engelse taaltest. Meer dan 350 personen namen deel aan het onderzoek, dat werd gefinancierd door Stopalzheimer.
De test bestaat uit korte opdrachten, zoals voorwerpen benoemen, woorden en zinnen herhalen, voorlezen en een afbeelding beschrijven. Op basis daarvan kunnen de onderzoekers ook de verschillende vormen van PPA onderscheiden.
Veelbelovend
De resultaten zijn veelbelovend. De test kon mensen met PPA bijna feilloos onderscheiden van gezonde personen, en dat ook al in een vroeg stadium van de ziekte. Bovendien bracht de test de typische taalproblemen van de verschillende vormen van PPA duidelijk in kaart.
Mensen met de semantische vorm hadden vooral moeite met de betekenis van woorden, bij de niet-vloeiende vorm stonden uitspraakproblemen op de voorgrond, en bij de logopene vorm, die vaak door de ziekte van Alzheimer wordt veroorzaakt, vielen vooral problemen in het verbale werkgeheugen op. Op basis van de testresultaten werd de juiste vorm van PPA in ongeveer acht op de tien gevallen herkend.
Volgens prof. Rose Bruffaerts (Universiteit Antwerpen) kan de test de diagnostische vertraging bij PPA helpen verkorten. “Met deze test hebben zorgverleners in Vlaanderen en Nederland nu een kort en betrouwbaar instrument in handen om die problemen vroeg op te sporen en patiënten sneller door te verwijzen.”
Volgens de onderzoekers kan de test, na een korte opleiding, ook gebruikt worden door zorgverleners die geen specialist zijn in taalstoornissen. Hij is niet bedoeld om zelf een diagnose te stellen, maar om sneller te zien wie doorverwezen moet worden naar een gespecialiseerd centrum. Mogelijk kan de test in de toekomst helpen om het verloop van de ziekte op te volgen en kan hij gebruikt worden in klinische studies met Nederlandstalige patiënten.
Tot nu toe bestond de test alleen in het Engels, Spaans en Grieks. Omdat taalproblemen zich in elke taal anders kunnen uiten, is een goed aangepaste versie een belangrijke stap voor patiënten die Nederlands spreken.