Chronische jeuk zonder onderliggende huidziekte: wanneer en tot waar exploreren?
Chronische jeuk zonder onderliggende huidziekte is frequent. Vaak is het moeilijk een zekerheidsdiagnose te stellen. Als er geen huidletsels te zien zijn, ben je weleens geneigd alsmaar meer onderzoeken aan te vragen, maar die zijn niet altijd klinisch relevant. Recente Europese richtlijnen en een overzichtsartikel, dat in 2025 is gepubliceerd, schetsen het diagnostische beleid en de behandeling.

We spreken van chronische jeuk als die langer dan zes weken duurt. Er zijn tal van oorzaken van jeuk op een klinisch gezonde huid: systemische, neuropathische, iatrogene en functionele. Soms kan de oorzaak niet worden achterhaald ondanks een goede eerste evaluatie.
Een gestructureerd diagnostisch beleid
De Europese richtlijnen hameren erop dat je toch eerst een onderliggende huidziekte moet uitsluiten en dat je moet nagaan of er geen huidletsels zijn door het krabben. De topografie van de jeuk geeft belangrijke informatie. Een plaatselijke, onveranderlijke jeuk doet vooral denken aan een neuropathisch probleem. In geval van veralgemeende jeuk moet je zoeken naar een systemische of medicamenteuze oorzaak.
Bij veralgemeende chronische jeuk op een klinisch gezonde huid wordt een gericht laboratoriumonderzoek aanbevolen: telling van het aantal bloedcellen en formule, ontstekingsparameters, ijzerparameters, glykemie, leverfunctie, nierfunctie en schildklierfunctie. Na de leeftijd van veertig jaar moet je occult bloed in de stoelgang opsporen. Je hoeft niet stelselmatig meer laboratorium- of andere onderzoeken aan te vragen. Dat hangt af van de klinische gegevens en de evolutie. Als de eerstelijnsonderzoeken negatief zijn, heeft het weinig zin die onderzoeken te herhalen of uit te breiden. Het diagnostische rendement zal immers laag zijn.
Chronische jeuk van onbekende oorsprong: een aparte klinische entiteit
Als de eerstelijnsonderzoeken negatief zijn, mag je bij een patiënt met persisterende jeuk op een klinisch gezonde jeuk een diagnose stellen van chronische jeuk van onbekende oorsprong. Die diagnose wordt vaak gesteld in de dermatologie. Het is een afgelijnde klinische entiteit, waarvoor geen dermatologische, systemische, neurologische of medicamenteuze oorzaak kan worden gevonden ondanks een adequate diagnostische benadering.
Het heeft geen zin om verder onderzoeken met een laag rendement aan te vragen. Je moet vooral proberen de jeuk te beteugelen en de levenskwaliteit te verbeteren. Regelmatige klinische controle is aanbevelenswaardig om eventuele nieuwe elementen op te sporen, maar als er geen nieuwe klinische tekenen zijn, heeft het geen zin de onderzoeken systematisch te herhalen.
Referenties:
1. Hashimoto T, Okuno S. Practical guide for the diagnosis and treatment of localized and generalized cutaneous pruritus (chronic itch with no underlying pruritic dermatosis). J Dermatol. 2025;52(2):204-220.
2.Weisshaar E, Szepietowski JC, et al. European S2k Guideline on Chronic Pruritus. Acta Derm Venereol. 2025.