Paracervicaal blok bij plaatsing van een spiraaltje: heterogene praktijkvoering
Plaatsing van een spiraaltje (IUD) kan pijn doen. In zijn richtlijnen van 2025 raadt het American College of Obstetricians and Gynecologists (ACOG) aan altijd een pijnstilling te overwegen bij ambulante ingrepen op de baarmoeder en de baarmoederhals. Volgens een publicatie in JAMA Network Open is de praktijkvoering inzake paracervicaal blok echter zeer uiteenlopend.
Plaatsing van een spiraaltje kan veel pijn doen, vooral bij nulliparae en adolescenten. Het ACOG stelt dat er geen betrouwbare voorspeller van pijn is en raadt daarom aan de vrouwen informatie te geven over de beschikbare methoden van pijnstilling. Meerdere gerandomiseerde studies hebben aangetoond dat een paracervicaal blok met lidocaïne de pijn tijdens de plaatsing kan verminderen, maar zo’n blok wordt niet systematisch aanbevolen.
Zeer uiteenlopende praktijkvoering
Vorsers van de University of California in San Francisco (UCSF) hebben een retrospectieve studie uitgevoerd van 13.702 plaatsingen van een spiraaltje tussen 2012 en 2024. Bij 38,8% van de procedures werd een paracervicaal blok toegepast, maar dat cijfer verschilde sterk van centrum tot centrum en van arts tot arts: van 0 tot 89%. De waargenomen verschillen hadden vooral te maken met de organisatie van de zorg, de structuur en de ervaring van de artsen.
Er werd vaker een paracervicaal blok uitgevoerd op spreekuur gynaecologie-verloskunde dan in de huisartsgeneeskunde of in de kindergeneeskunde, en er werd minder vaak een paracervicaal blok uitgevoerd tijdens een consultatie van minder dan dertig minuten (ORR 0,77, 95% BI: 0,66-0,90) en aan het einde van de werkdag.
Omgekeerd pasten de artsen met de meeste ervaring vaker een blok toe: tot 64% van de artsen die meer dan 200 spiraaltjes hadden geplaatst. Ook werd vaker een paracervicaal blok uitgevoerd als de patiënte al door de arts werd gevolgd.
Moeilijk te standaardiseren praktijkvoering
Er werd minder vaak een paracervicaal blok uitgevoerd bij adolescenten, hoofdzakelijk omdat zij werden behandeld in een pediatrische structuur, waar die techniek zelden werd toegepast. Latina’s en vrouwen van wie de moedertaal niet het Engels was, kregen ook minder toegang tot die vorm van pijnstilling.
De studie gaat niet in op de klinische werkzaamheid van een paracervicaal blok. Eerdere gerandomiseerde studies hebben die werkzaamheid immers al ruimschoots bewezen. De studie onderstreept vooral de praktische problemen die optreden. De ACOG-consensus herinnert er voorts aan dat een NSAID alleen niet volstaat om de pijn te controleren bij het inbrengen van het spiraaltje, maar wel de pijn daarna vermindert. Volgens de auteurs hebben de duur van de consultatie, de opleiding van de artsen en het bestaan van een plaatselijk protocol invloed op de toegang tot pijnstilling bij het plaatsen van een IUD.
Referenties:
1. Roger JM, Costello J, Young H, et al. Use of Paracervical Blocks for Patients Who Undergo Intrauterine Device Insertion. JAMA Netw Open. 2026;9(4):e268406. doi:10.1001/jamanetworkopen.2026.8406.
2. American College of Obstetricians and Gynecologists. Pain Management for In-Office Uterine and Cervical Procedures: ACOG Clinical Consensus No. 9. Obstet Gynecol. 2025;146(1):161-177. doi:10.1097/AOG.0000000000005911.