Paracetamol tijdens de zwangerschap: moeten we onze praktijkvoering herzien?
Paracetamol is het eerstelijnsanalgeticum en -antipyreticum tijdens de zwangerschap. Volgens observatieonderzoeken correleert prenatale inname van paracetamol mogelijk met neuro-ontwikkelingsproblemen bij het kind en met name met autismespectrumstoornissen en ADHD. Een meta-analyse, die in januari 2026 is gepubliceerd in The Lancet Obstetrics, Gynaecology & Women’s Health, bevat bijzonder relevante informatie ad hoc.

In 2025 is in de media veel te doen geweest over een mogelijke link tussen paracetamol en autisme. Dat heeft veel patiënten verontrust. In de eerste meta-analyses is een lichte correlatie vastgesteld (RR circa 1,2-1,3), maar de studies die voor die meta-analyses zijn geselecteerd, zijn zeer heterogeen, en bovendien is niet goed gecontroleerd voor vertekenende factoren en met name de indicaties voor inname van paracetamol door de moeder (koorts, infectie of pijn).
Een meta-analyse van de stevigste studies
De auteurs hebben 43 cohortonderzoeken geanalyseerd, waarvan ze er 17 hebben gehandhaafd voor de kwantitatieve analyse. Ze hebben enkel de studies geselecteerd die een vergelijking hebben doorgevoerd met de broers en zussen (sibling comparison), om de resultaten te kunnen corrigeren voor gemeenschappelijke genetische en omgevingsfactoren.
In dat analytische model is geen correlatie vastgesteld tussen prenatale blootstelling aan paracetamol en het risico op autismespectrumstoornis (OR 0,98; 95% BI: 0,93-1,03), ADHD (OR 0,95; 95% BI: % 0,86-1,05) of een intellectueel deficit (OR 0,93; 95% BI: 0,69-1,24). In de studies met een laag risico op bias en in de studies met een follow-up van meer dan vijf jaar is evenmin een significant verschil vastgesteld.
Nog altijd vertekenende factoren of toch een oorzakelijk verband?
De correlaties die in een aantal observatieonderzoeken zijn beschreven, zijn mogelijk toe te schrijven aan onvoldoende correctie voor vertekenende factoren zoals koorts, infectie van de moeder en gemeenschappelijke genetische en omgevingsfactoren. Anderzijds weten we dat koorts tijdens de zwangerschap die niet wordt behandeld, correleert met een hoger risico op miskraam, vroeggeboorte, aangeboren misvormingen en neuro-ontwikkelingsstoornissen. Tegen die achtergrond blijven de regelgevende agentschappen en de wetenschappelijke verenigingen waaronder het EMA paracetamol als eerstelijnstherapie aanraden tijdens de zwangerschap.
Concreet hoeven de richtlijnen dus niet te worden gewijzigd. Toch moet je voorzichtig zijn met paracetamol en moet je paracetamol voorschrijven in de laagste dosering die nog effectief is, en zo kort mogelijk. Als je echter geen paracetamol voorschrijft als paracetamol geïndiceerd is, is er een goed gedocumenteerd risico op complicaties bij de moeder en verloskundige complicaties.
Referenties:
1. D’Antonio F, Flacco ME, Della Valle L, Prasad S, Manzoli L, Samara A, et al. Prenatal paracetamol exposure and child neurodevelopment: a systematic review and meta-analysis. Lancet Obstet Gynaecol Womens Health. 2026; online gepubliceerd op 16 januari 2026. doi:10.1016/S3050-5038(25)00211-0.
2. Europees geneesmiddelenbureau (EMA). Gebruik van paracetamol tijdens de zwangerschap: richtlijnen onveranderd in de Europese Unie. 23 september 2025. Update op 20 januari 2026. Te lezen op: https://www.ema.europa.eu/en/news/use-paracetamol-during-pregnancy-unchanged-eu. Geraadpleegd op 25 februari 2026.